Belastingdienst schetst het volgende:

Hebt u of heeft iemand anders in uw huishouden vermogen, zoals spaargeld of beleggingen? Als dat bedrag te hoog is, kun u geen toeslag krijgen. Wat is vermogen eigenlijk: dat is waarde van uw bezittingen, minus uw schulden. Wat u wel en niet moet meetellen als vermogen, is hetzelfde als bij uw belastingaangifte. Spaargeld, aandelen en een vakantiehuis tellen bijvoorbeeld mee. Uw auto of woning telt niet mee. 

Het kan dus zijn dat je, ondanks een beperkt inkomen, toch een best vermogen hebt. Bijvoorbeeld na een scheiding. Hierdoor drukken de vaste lasten enorm op het netto-inkomen, omdat je geen recht hebt op toeslagen. 

We leggen het uit aan de hand van een voorbeeld, misschien wordt het dan wat concreter of herken je jezelf er wel in en kun je zelf een flink bedrag per jaar sparen.

Mijke, 40 jaar oud, onlangs gescheiden, woont samen met haar zoontje Mats van 9 jaar in een sociale huurwoning. De kale huur bedraagt € 670 en de servicekosten bedragen € 40 per maand.
Vanuit de verdeling van het huwelijksvermogen heeft zij € 145.000 spaargeld toebedeeld gekregen. Mijke en haar ex hebben altijd netjes gespaard en een deel van de overwaarde van het huis is te gelde gemaakt. Mats heeft ook een jongerenrekening waar € 8.000 spaargeld op staat.

Mijke heeft voor de belastingdienst dan een totaal aan spaartegoed van € 153.000. Het spaargeld van minderjarige kinderen wordt nl. bij de ouder meegeteld. Verder werkt zij bij een kledingzaak en verdient zij daarmee € 15.000 bruto per jaar. Ook ontvangt Mijke partneralimentatie van € 6.000 bruto per jaar. Totaal is haar inkomen in box 1 € 21.000 bruto.

Zij heeft in deze situatie geen recht op toeslagen. Zie onderstaande tabel:

Mijke heeft geen recht op toeslagen, omdat zij dus te veel spaargeld heeft. Zou zij onder de grens van € 118.479 blijven, maar meer dan € 31.340 aan spaargeld bezitten, dan zou zij totaal € 5.724 aan toeslagen per jaar ontvangen. Is haar spaargeld zelfs beneden de grens van € 31.340 dan kan zij op jaarbasis € 9.672 aan toeslagen tegemoetzien.

Aan haar inkomen uit haar werk en de partneralimentatie samen, houdt zij ongeveer € 1.520 netto per maand over. Omdat zij geen recht heeft op toeslagen drukken haar woonlasten erg zwaar op haar netto-inkomen. Desondanks gaat de Belastingdienst ervan uit dat je eerst je spaargeld voor een groot gedeelte opeet, voordat je in aanmerking komt voor toeslagen.
Voor Mijke voelt het onredelijk om op deze manier toch op haar spaargeld te moeten interen om in levensonderhoud te kunnen voorzien. Als zij een huis had kunnen kopen zou het geld niet in box 3 belast zijn geweest en had zij wel recht op toeslagen gehad. 

En daarnaast spaart ze slim, want ze wil graag geld apart houden om de studie van haar zoon Mats te kunnen bekostigen en eventuele tegenvallers te kunnen opvangen. 

De oplossing is eenvoudig, maar behoeft wel wat inzicht, papierwerk en jaarlijkse kosten. Wij kunnen je adviseren en verzorgen dit tegen hele scherpe tarieven. In 5 jaar tijd kan Mijke nl., zoals hierboven beschreven, al zo’n € 48.000 netto besparen. 

Wil jij weten hoe wij dit doen? Of wil je geadviseerd worden in een soortgelijke situatie? Neem dan contact met ons op.

Leave A Comment