Een echtscheidingsconvenant na de scheiding aanpassen

In 2016 is er een gerechtelijke uitspraak van Hof Amsterdam geweest, waarbij – nadat de scheiding formeel was – er nog een aanpassing in het echtscheidingsconvent is opgelegd. De situatie van dit koppel was samengevat als volgt:

Gang van zaken bij een echtscheiding

Indien partners zijn gehuwd, kan het huwelijk worden ontbonden door onder andere een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding in te dienen bij rechtbank. Indien beide echtgenoten overeenstemming bereiken, kunnen de afspraken worden vastgelegd in een zogenoemd echtscheidingsconvenant. Indien er kinderen zijn, zijn de echtgenoten verplicht de afspraken over de minderjarige kinderen vast te leggen in een ouderschapsplan. Dit ouderschapsplan kan onderdeel uitmaken van het gezamenlijk opgestelde echtscheidingsconvenant.

Door ondertekening van het echtscheidingsconvenant worden de afspraken tussen de echtgenoten rechtsgeldig vastgelegd. Het convenant heeft vanaf de dag van ondertekening interne werking binnen het huwelijk van de ex-partners. Het getekende convenant kan samen met een gezamenlijk verzoekschrift vervolgens door een advocaat worden ingediend bij de Rechtbank. De rechter spreekt vervolgens de scheiding uit en verwijst hierbij naar de door de ex-partners gemaakte afspraken in het echtscheidingsconvenant. Als de beschikking van de Rechtbank vervolgens wordt ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand, is de echtscheiding definitief en is het huwelijk ontbonden.

Zaak bij de rechtbank

In mei 2012 heeft een tot dat moment gehuwd koppel een echtscheidingsconvenant ondertekend dat tot stand is gekomen onder begeleiding van een mediator/financieel planner. In het convenant waren afspraken opgenomen over onder andere partneralimentatie, de verdeling van het vermogen en de opgebouwde pensioenen. In het convenant hadden de man en vrouw de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS) uitgesloten. Dat betekent dat de opgebouwde ouderdomspensioenen niet verevend werden. De opgebouwde nabestaandenpensioenen werden wel aan de andere echtgenoot toebedeeld. In juni werd de scheiding ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand. In december van hetzelfde jaar meldde de vrouw zich bij de man met het verzoek om het convenant te wijzigen omdat zij ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap voor meer dan ¼ deel werd benadeeld. De ex-partners  zijn niet tot een overeenstemming gekomen. Vervolgens heeft de vrouw de man gedagvaardigd in augustus 2013 en heeft zij vernietiging van het convenant gevorderd wegens dwaling dan wel misbruik van omstandigheden en wegens benadeling voor meer dan ¼ deel. Bovendien vorderde de vrouw alsnog over te gaan tot pensioenverevening conform de Wet VPS.

De rechtbank heeft alle vorderingen van de vrouw afgewezen. De vrouw is hiertegen in hoger beroep gegaan. Hierop heeft het Hof Amsterdam op 26 januari 2016 geconcludeerd dat de vrouw onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare situatie en daaruit leidt het Hof af dat de vrouw de in het convenant vastgelegde verdeling bewust heeft aanvaard.

Ten aanzien van het uitsluiten van de Wet VPS concludeert het Hof echter dat er een groot verschil is ontstaan tussen de opgebouwde pensioenrechten van de man en die van de vrouw. De vrouw is hiervoor niet financieel gecompenseerd en bovendien is aan de vrouw onvoldoende gecommuniceerd op welk deel van de pensioenrechten van de man zij conform de Wet VPS recht zou hebben gehad. De vrouw kon derhalve onvoldoende overzien wat de gevolgen waren van het afzien van een verdeling conform de Wet VPS. Het Hof is dan ook van oordeel dat de uitsluiting van de Wet VPS in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het Hof bepaalt dat de in het convenant overeengekomen bepalingen van uitsluiting van de Wet VPS niet van toepassing zijn en alsnog tot verevening moet worden overgegaan.

Tip: Het is van belang dat beide partners  goed op de hoogte zijn van de financiële gevolgen van de onderling gemaakte afspraken. Dat betekent dat voor beide partijen inzichtelijk moet zijn waar zij volgens de wettelijke verdeling recht op hebben en waar dit afwijkt van de onderling gemaakte afspraken. Dit is voor beide partijen van belang, anders kan na een gerechtelijke procedure de verdeling nog worden aangepast door de rechter.

Leave A Comment